|
|
Ware en duurzame vrede breng je niet in de wereld door te
proberen die wereld te veranderen; alleen door onvoorwaardelijk datgene
te aanvaarden wat nooit kan veranderen krijg je vrede. Het verlangen
naar verandering in deze wereld of om deze te willen veranderen is een
reactie van ons dualistisch denken. Het is het verstand dat een voorkeur
geeft aan dualiteit, wat een illusie is. Wanneer iemand zich niet prettig voelt met dat wat als schadelijk
en slecht wordt beoordeeld en dit wenst te veranderen, om dit te verbeteren,
of om het te herstellen en de fout te corrigeren, dan is het dualistische
verstand aan het werk. Het dualistisch verstand ziet het kwaad en verlangt
naar het goede, het ziet misstanden en verlangt ernaar dit recht te
zetten, het ziet onrecht en verlangt naar rechtvaardigheid, het voelt
angst en spreekt daarom van liefde. Maar dit gevecht is nooit te winnen en echte Veranderingen zullen
nooit kunnen ontstaan uit zo’n conflict, omdat de wortel van de
fout niet wordt uitgeroeid door dingen te willen veranderen. De vergissing
ligt juist in het feit dat men tracht om de fout te willen veranderen,
in plaats van de werkelijkheid hiervan onder ogen te willen zien. Trachten om de wereld of zichzelf te veranderen in iets beters
is een vorm van vluchten en is een illusie van het hebberig verstand.
In plaats van eerlijk de werkelijkheid in te willen zien en zo in aanvaarding
en overgave te willen uitkijken naar de stabiele, onveranderlijke, goddelijke
Realiteit, probeert het verstand dat uit gewoonte en onwetendheid reageert,
om zijn eigen leven op Aarde aangenamer te maken door te trachten dingen
te veranderen die nooit fundamenteel kunnen worden getransformeerd. Laat het absoluut duidelijk zijn: als een mens een illusie wenst
te veranderen, als hij verlangt om één zijde van de dualiteit
aan te passen, dan kan het niet anders dan dat hij zich met de hele
illusie gaat verbinden. Als hij die ene kant van de dualistische tegenstelling
wil veranderen, dan zal hij die andere kant daar ook bij betrekken,
omdat een zijde geen betekenis heeft zonder het contrast van zijn tegenpool.
Zich verbinden met de illusie van de dualiteit en deze trachten te veranderen
heeft uiteindelijk geleid tot het soort waanzin dat we heden ten dage
in onze maatschappij zien: oorlogen, ziekten, uithongering, moord, verkrachting
en al die andere gruweldaden die symptomatisch zijn in ons planetaire
gesticht van tegenwoordig. Maar wie heeft jou gezegd dat je iets moet veranderen? Wie heeft jou gezegd dat je iets beters moet maken? Wie heeft jou verteld dat je voor vrede op Aarde moet bidden? Wie was het die jou heeft verteld dat onvoorwaardelijke liefde
betekent dat je een illusie moet liefhebben en die je zodoende vergeefs
probeert te verbeteren? Wie heeft jou verteld dat jij en deze wereld perfect moeten zijn
als Perfectie reeds levend en wel bestaat, als je tenminste weet waar
en hoe je daar naar moet zoeken? Wie heeft jou verteld dat je door van deze wereld een betere
plek te maken, volmaaktheid zou kunnen vinden? En wie was het die jou deed geloven dat jij degene was die deze
verandering tot stand zou moet brengen? Je kunt de muren van een gevangeniscel wel versieren maar toch
blijft het dezelfde gevangenis. Als jij dit nu weet, maakt zo’n
verandering jou dan gelukkig? Heb jij dan meer vrede of vrijheid gevonden
tussen deze muren? Of heb jij jezelf alleen maar even voor de gek gehouden
door de muren te schilderen met een nieuwe kleur, de kleur van verandering?
Liefde, Vrede en Geluk krijg je niet door te trachten een illusie
te veranderen; alleen door het onvoorwaardelijk aanvaarden van het karakter
van een illusie kun jij je op een natuurlijke wijze hiervan bevrijden.
Indien je het licht van verandering in deze wereld wenst te brengen,
dan zal je er ook duisternis in moeten brengen, omdat een verandering
alleen maar kan bestaan en mogelijk wordt gemaakt door tegenstellingen.
Als er helemaal geen tegenstelling zou bestaan, hoe zou jij dan
iets kunnen veranderen? Hoe kun jij een positieve verandering tot stand
brengen als er niet iets negatiefs was om te veranderen, om je daarmee
te verbinden? Waarom zou jij je willen verbinden met al die tegenstellingen,
wanneer deze altijd weer in balans moeten worden gebracht? Waarom zou je jouw tijd doorbrengen met het opwinden van een
klok, om slechts te aanschouwen hoe het uit zichzelf weer afloopt? Waarom iets veranderen wat uiteindelijk toch niet veranderd kan
worden? Een mens zal zich prima kunnen vinden in goedheid en geluk, echter
hij zal zijn onheil of zijn verdriet bepaald niet als prettig ervaren,
en toch zal hij hen beide moeten liefhebben als hij zich daarvan zou
willen bevrijden. Een mens leeft met plezier en voldoening, maar hij moet ook pijn
en teleurstelling kunnen accepteren als hij vrij wil zijn van al die
worstelingen. Door de wereld of het ego in iets goeds te willen veranderen
zal een mens zich tevens gaan verbinden met zijn tegenpool: het kwaad,
omdat de een niet zonder de ander kan. En net zo min als een mens de
wolken van de hemel niet kan wegplukken, kan hij ook niet het kwaad
wegnemen van het goede. Hij kan niet één gedeelte van
de dualiteit weghalen en verwijderen. Dat is onmogelijk. Sommige roepen uit: “ Ik laat mijn licht schijnen”.
Maar hoe kan iemand het licht laten schijnen als hij bang is
voor de duisternis? Hij zou kunnen zeggen: “ Ik laat mijn licht de duisternis
verlichten” Maar waarom? Alleen angst wenst het karakter van de dualiteit
te veranderen, alleen angst wenst zijn eigen duisternis te overwinnen.
Je kunt een dergelijk gevecht met jezelf of met dualiteit niet winnen;
je kunt er alleen maar genoeg van krijgen en jezelf gaan voorbereiden
om Genade te ontvangen. De zoeker naar de Waarheid moet daarom het karakter van de dualiteit
leren begrijpen, en beide polariteiten laten voor wat ze zijn, en niets
meer met een van beide te maken willen hebben. Hij moet geen enkel verlangen
meer koesteren naar een van beide zijdes van dualiteit, noch om deze
te willen veranderen. Want ze zijn vervallen in een eeuwenoud gevecht
met zichzelf, geboren als ze zijn uit dezelfde illusie. En als een mens
in dit gevecht wordt betrokken, dan verliest hij zichzelf ook in die
illusie. Wie vertelde jou dat je moest uitzoeken welke zijde van de dualiteit
jij het liefste had? Wie vertelde jou dat door te gaan staan aan één
kant van dualiteit, dit jou zou kunnen beletten te worden verbonden
met die andere zijde? En wie heeft jou overtuigd dat het verstandig was om die ene
of die andere te veranderen? Waar vreugde heerst in deze wereld, vind je ook pijn; waar licht
is daar vind je ook duisternis. Maar daar waar Waarheid is, is de dualiteit
verdwenen. Wie heeft jou verteld dat je het kwaad moet bestrijden met goed?
Wie heeft jou doen denken en geloven dat je ze ooit kon scheiden en
daardoor vrede kon brengen in de wereld; dat je ooit de ene kon gebruiken
om de ander te overwinnen? Het pad door deze wereld is zowel licht als duisternis, want
dat is de aard van dualiteit. Als je alleen maar aan de lichte zijde
loopt, de zijde die je het liefst hebt, hoe vervolg je dan het pad als
het de schaduw ingaat? Wie heeft jou verteld dat je bezig moet zijn met bezit vergaren,
dingen te veranderen, of zaken te ontwijken, of iets anders met het
leven te doen dan het gewoon precies zo te laten voor wat het is? Door het te laten voor wat het is, door er geen interesse meer
in te hebben, zul je de dualistische illusie kunnen ontstijgen. Want
wie heeft jou verteld dat je door je te verbinden met al die paren van
tegenstellingen, jij of iemand anders daar vrij van zou kunnen worden?
Deze wereld is al perfect in zijn aard, de hele mensheid is al
perfect in zijn aard, dat wil zeggen volmaakt dualistisch, volmaakt
thuishorend tussen de tegenstellingen van goed en kwaad, licht en duisternis.
Wil je dat er meer licht is dan duisternis? Zou jij graag afwillen van
een deel van de natuur van deze wereld of van jezelf? Zou je een deel
van de dualiteit willen vernietigen, zelfs als dat onmogelijk is? De
wereld is volmaakt dualistisch, waarom zou je dat dan willen veranderen?
Het kleine “ik”-zelf is al perfect, al zijn ideeën
zijn reeds volmaakt gezien zijn aard, volmaakt dualistisch, perfect
wonend tussen de tegenstellingen van goed en kwaad, licht en duisternis.
Zou je meer gevuld willen zijn met licht dan met duisternis? Wil je
een deel van jezelf kwijtraken? Een gedeelde van jezelf dat je ziet
en dat je niet zo graag bij een ander tegenkomt? Het “ik”-zelf
op Aarde is volmaakt dualistisch, dat is zijn aard, waarom zou je dat
willen veranderen? Wie heeft jou verteld dat alles in deze wereld niet al perfect
is zoals het is, perfect volgens de waarheid van zijn dualistisch, ongoddelijk
karakter? Wie heeft jou verteld dat je het tot het onmogelijke zou moeten
gaan om te proberen de dualiteit eenzijdig te maken? Wie heeft jou doen geloven dat je in
staat was het volmaakte evenwicht van de aard van de dualiteit in deze
illusie te kunnen veranderen?
Er zijn twee realiteiten: in de ene
heerst het karakter van tegenstellingen, en dat is waar de Aarde momenteel
in vibreert. De ander Realiteit daarentegen kent geen tegenstellingen,
het is Goddelijk en absoluut Volmaakt, net zoals ook de realiteit van
de tegenstellingen volmaakt ongoddelijk is. Waarom proberen een van
beide te veranderen? En hoe zouden we dat ook kunnen?
Toen je als kind naar school ging, probeerde
jij dan de school te veranderen in een perfecte school om de lessen
te kunnen leren? Neen, je leerde alleen jouw lessen en je vertrok. Hetzelfde
geldt voor de school van deze wereld: leer je lessen en vertrek. Als
jij je bemoeit met het leerplan voordat jij je lessen hebt geleerd,
dan wordt de school tot een wanorde gebracht, net zoals deze wereld
een wanorde is. |
|
|